Het Soay schaap vertegenwoordigt het meest originele, nog niet door mensen omgefokte type schaap, dat van alle gedomesticeerde schapen het meest op het wilde schaap of mouflon lijkt. Het is een vrij hoogbenig, sierlijk gebouwd, bruingekleurd schaap.  De kop is fijn besneden en wordt hoog gedragen.

 

De ogen zijn helder en levendig, de hals is vrij lang en goed aangezet. De benen zijn lang en fijn en de gang is correct, veerkrachtig en soepel. Bij de meeste Soay schapen zijn zowel de rammen als de ooien gehoornd. Bij de ooien zijn deze horens licht naar achteren en naar buiten gebogen. De rammen dragen zware horens, die bij volwassen dieren bijna cirkelvormig zijn.

Kleur:

Bij het Soay schaap komt een grote variatie in kleuren voor. Het merendeel is tankleurig en vertoont het zogenaamde mouflonpatroon. Het mouflonpatroon bestaat uit lichte onderkaken, borst, buik en spiegel; de overige lichaamsdelen zijn dan donkerder. Op de kop komen vaak lichte plekken boven de ogen voor, terwijl op de voorpoten vanaf het midden van de knie vaak een lichte streep naar beneden loopt.

Wol:

De vacht kan bestaan uit een wollige onderlaag en een harige bovenlaag en vice versa. De wol is kort en fijn. In de maand juni valt de vacht uit. Soay schapen worden dus niet geschoren.

 

 

Gewicht:

Het gewicht van oude rammen varieert van 35 tot 40 kg., dat van ooien van 20 tot 30 kg. Het ras is laat rijp en neemt nog zeker tot in het derde jaar in gewicht toe. Het geboortegewicht van de lammeren is relatief hoog: 2 kg.

Vruchtbaarheid:

De bronst valt in de maanden november en december. Onder gunstige omstandigheden kunnen éénjarige ooien een lam werpen. Oudere ooien werpen zowel twee- als eenlingen. De geboorte verloopt zeer snel en gemakkelijk. De lammeren zijn levendig, vitaal en mobiel. De ooien zijn uitstekende moeders die hun lammeren met grote zorg grootbrengen.

Algemeen:

De soberheid, het goed ontwikkelde instinct en de elegante bouw, maakt het Soay schaap uiterst geschikt voor gebruik in begrazingsprojecten. De soberheid van de Soay komt tot uiting in de lage voederconversie, de gehardheid tegen slechte weersomstandigheden en het gemakkelijk aflammeren. Daarnaast heeft het ras een grote resistentie tegen de gangbare schapenziekten.